Een UTP-kabel aansluiten is precisiewerk, maar geen hogere wiskunde. Of je nu een netwerkkabel in de muur op een wandcontactdoos zet of een RJ45-stekker op een losse kabel krimpt: het draait om dezelfde acht aders, in de goede volgorde, netjes vastgezet. In dit artikel lees je welke kleurcode je gebruikt, hoe je stap voor stap aansluit en hoe je test of de aansluiting de volle snelheid haalt.
Wandcontactdoos of stekker: wat maak je aan?
Er zijn twee soorten netwerkkabel, en die bepalen wat je aan het uiteinde zet. Een kabel die vast in de muur, het plafond of een kabelgoot ligt, is installatiekabel met massief koperen aders. Die sluit je aan op een UTP-wandcontactdoos of op een patchpaneel in de meterkast. Het korte stuk van de wandcontactdoos naar je computer, tv of router is een soepele patchkabel. Die koop je kant-en-klaar met stekkers erop.
Een RJ45-stekker direct op een vaste kabel in de muur zetten kan, maar is minder betrouwbaar. Massieve aders breken sneller als de kabel beweegt, en je hebt dan speciale stekkers voor massieve kabel nodig. Voor een vaste aansluiting is een wandcontactdoos daarom de nette oplossing. Meer over massieve en soepele kabel lees je in Cat6 of Cat6a: zo kies je de juiste netwerkkabel.
Wat heb je nodig?
- Een UTP-wandcontactdoos (RJ45) van dezelfde categorie als je kabel, dus een Cat6-doos bij een Cat6-kabel. Er zijn inbouwdozen voor in de muur en opbouwdozen die je op de muur schroeft.
- Een LSA-opdruktool om de aders in de klemmen te drukken. Er zijn ook wandcontactdozen zonder gereedschap (toolless), waarbij je een kapje dichtdrukt.
- Een kabelstripper of een scherp mesje om de mantel te verwijderen, en een kleine zijkniptang.
- Voor een stekker: RJ45-stekkers die passen bij je kabel en een krimptang.
- Een eenvoudige kabeltester om te controleren of alle aders goed zitten.
De kleurcode: T568A of T568B
Een UTP-kabel heeft acht aders in vier gedraaide paren: oranje, groen, blauw en bruin, elk met een witte ader met een streepje in dezelfde kleur. Er zijn twee standaarden voor de volgorde waarin die aders op de acht contacten komen: T568A en T568B. Ze verschillen alleen in het oranje en het groene paar, die van plaats wisselen.
| Pin | T568A | T568B |
|---|---|---|
| 1 | wit-groen | wit-oranje |
| 2 | groen | oranje |
| 3 | wit-oranje | wit-groen |
| 4 | blauw | blauw |
| 5 | wit-blauw | wit-blauw |
| 6 | oranje | groen |
| 7 | wit-bruin | wit-bruin |
| 8 | bruin | bruin |
Welke van de twee je kiest, maakt voor de snelheid niets uit. Waar het om gaat: gebruik aan beide kanten van de kabel dezelfde volgorde, en in je hele huis het liefst overal dezelfde. Zit er aan de andere kant al een wandcontactdoos of patchpaneel, kijk dan welke volgorde daar gebruikt is en houd die aan. Op de meeste wandcontactdozen staan beide kleurcodes naast de klemmen gedrukt, met een A en een B ervoor.
Stap voor stap: een UTP-kabel op een wandcontactdoos
- Laat een stukje kabel over in de inbouwdoos of achter de opbouwdoos. Dan kun je de aansluiting later nog eens opnieuw maken.
- Strip zo'n 3 tot 5 centimeter van de mantel. Snijd voorzichtig, zodat je niet in de isolatie van de aders snijdt. Knip het scheurdraadje en, bij Cat6, het plastic kruis tussen de paren af tot aan de mantel.
- Ontdraai de paren pas vlak voor de klemmen. Hoe langer de aders gedraaid blijven, hoe beter de kabel tegen storing kan. Houd het ontdraaide stukje zo kort mogelijk, ongeveer een centimeter.
- Leg elke ader in de klem met de juiste kleur, volgens het schema (A of B) dat je gekozen hebt.
- Druk elke ader met het LSA-tool in de klem. Het tool knipt het uitstekende stukje meteen af. Bij een toolless doos druk je het kapje dicht tot het klikt.
- Zorg dat de mantel tot vlak bij de klemmen doorloopt en zet de kabel vast met de trekontlasting of een kabelbinder.
- Gebruik je afgeschermde kabel (FTP of S/FTP), sluit dan ook de afscherming aan op het metalen deel van een afgeschermde wandcontactdoos.
- Schroef de doos vast en maak de andere kant van de kabel op dezelfde manier aan, bijvoorbeeld op een patchpaneel in de meterkast.
Een RJ45-stekker op een kabel zetten
Een netwerkkabel maken met een stekker eraan werkt net iets anders. Schuif eerst de tule (het rubberen kapje) over de kabel. Strip de mantel, leg de acht aders plat naast elkaar in de volgorde van je schema en knip ze recht af op ongeveer 12 millimeter. Schuif ze in de stekker tot elke ader tegen de voorkant aanstoot, met de mantel tot in de stekker. Controleer de kleuren nog één keer door het doorzichtige plastic en krimp de stekker dan vast met de tang.
Testen: werkt de aansluiting?
Een eenvoudige kabeltester bestaat uit twee kastjes, één voor elk uiteinde. De lampjes lopen van 1 tot 8: brandt er een niet of in de verkeerde volgorde, dan zit er een ader los of verkeerd. Zo'n tester laat zien of de aders goed zitten. Of de kabel ook alles haalt wat bij zijn categorie hoort, meet je alleen met een professionele kabelmeter.
Heb je geen tester, sluit dan een laptop of computer aan en kijk naar de verbindingssnelheid in de netwerkinstellingen. Staat daar 1 Gbit/s (1000 Mbit/s), dan werken alle vier de paren. Staat er 100 Mbit/s terwijl je apparaat en router gigabit kunnen, dan zit er vaak één ader niet goed. Voor 100 Mbit/s zijn maar vier van de acht aders nodig, dus de kabel lijkt te werken, maar haalt niet de volle snelheid.
Een dubbele wandcontactdoos met één kabel?
Het kan: je verdeelt de vier paren van één kabel over twee aansluitingen. Elke aansluiting haalt dan alleen nog 100 Mbit/s, omdat gigabit alle vier de paren nodig heeft. Voor een tv-kastje met een laag abonnement is dat misschien genoeg, maar voor een snel internetabonnement niet. Beter is een tweede kabel naar dezelfde plek, of een kleine switch achter de tv of op het bureau.
Veelgemaakte fouten
- Aan de ene kant T568A en aan de andere kant T568B. De kabel lijkt soms te werken, maar het is lastig storingen te vinden.
- Te veel van de paren ontdraaid of te veel mantel gestript. Dat maakt de kabel gevoeliger voor storing.
- Een soepele patchkabel in de muur, of goedkope kabel van aluminium met een laagje koper (CCA). Gebruik voor een vaste aansluiting altijd massief koper.
- Een gewone stekker op massieve kabel. Die maakt slecht contact; gebruik stekkers voor massieve aders of liever een wandcontactdoos.
- Een kabel die geknikt is, te strak om een hoek loopt of met een nietje is vastgezet dat door de mantel drukt.
Zelf doen of laten doen?
Eén wandcontactdoos aansluiten op een kabel die er al ligt, lukt met het goede gereedschap en wat geduld vaak zelf. Het meeste werk zit meestal in wat ervoor komt: de kabel van de meterkast naar boven of naar de woonkamer trekken, de route netjes wegwerken en in de meterkast alles op een patchpaneel of switch aansluiten. Wil je het modem van de meterkast naar de woonkamer halen of een accesspoint via de netwerkkabel aansluiten, dan begint het ook met zo'n kabel.
Wij trekken de kabel, monteren hem af op wandcontactdozen of een patchpaneel en testen elke aansluiting voordat we vertrekken. Lees meer over netwerkkabel laten trekken en aansluiten of vraag een vrijblijvende offerte aan. We werken onder meer in Arnhem, Nijmegen en Apeldoorn.

